Subsidies en regelingen
Doe mee!
UPPWATER Subsidies
In totaal zijn er 15 aanvragen vanuit het hele land binnen gekomen, waarvan negen inzendingen binnen de subsidieregeling Pilots en testen en zes inzendingen binnen de subsidieregeling Fullscale demonstraties.
“De juiste financiering is geen einddoel, maar een springplank naar impact. Wij zorgen dat je er gebruik van kunt maken.”
Innovatie kost tijd en geld – en we weten hoe lastig het kan zijn om de juiste regeling te vinden, laat staan aan te vragen. UPPWATER helpt je om je project gefinancierd te krijgen, op een manier die bij jouw fase past.
Wij bieden:
- Overzicht van relevante subsidies – landelijk, regionaal en Europees.
- Hulp bij aanvragen – van workshops, webinars en netwerk
- Ondersteuning bij businesscases – om je project financierbaar en schaalbaar te maken.
- Doorverwijzing naar fondsen, investeerders of launching customers
TECH ONTWIKKELING
Wat heb je nodig aan onderzoek, innovatie en verandermanagement?
Markt en ondernemer-
schap
Wie kan jou verder helpen om de internationale markt te betreden?
Subsidies UPPWATER gepubliceerd
€23 miljoen voor brede coalities
Op 8 oktober 2025 zijn er twee regelingen met een totaal subsidiebedrag van €23 miljoen gepubliceerd voor de 1e periode van UPPWATER (2025-2029). Eén regeling richt zich op de financiering van pilotprojecten en één regeling richt zich op de financiering van fullscale demonstratieprojecten. De openstelling is van 23 oktober tot en met 23 januari. Uitgebreide vragen en antwoorden staan bij de FAQ onderaan deze pagina.
Inmiddels is de aanvraag gesloten en de selectieprocedure gestart. Uiterlijk 24 april wordt de uitslag bekend.
Selectieprocedure
Na de openstelling (23 oktober 2025) zijn er drie maanden voor inschrijving op de regelingen. Na de deadline voor indiening (23 januari 2026) zal de minister binnen dertien weken laten horen welke aanvragen gehonoreerd zijn. (uiterlijk 24 april 2026) Alle geldige aanvragen worden beoordeeld, onafhankelijk van het moment van indiening.
Subsidieregelingen
Nieuwsgierig wat jij kunt aanvragen? Bekijk hier de openstaande regelingen.
Subsidieregeling pilot- en testprojecten watertechnologie
De tijdelijke subsidieregeling stimuleert het opschalen van watertech innovaties binnen de focusgebieden van UPPWATER. De vijf focusgebieden zijn: Waterbehandeling 4.0, Alternatieve bronnen, Circulariteit, Digitalisering en Decentraal.
De subsidie is bedoeld voor het testen van innovaties in een gesimuleerde of gecontroleerde pilotomgeving.
Voor subsidie komen in aanmerking de loonkosten, investeringskosten, materiaalkosten en advieskosten (voor volledigheid zie tekstdocument in oranje knop hieronder) die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een of meer van de volgende activiteiten:
a. het testen en valideren van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een laboratorium;
b. het doorontwikkelen van een prototype van de innovatieve watertechnologie;
c. het bouwen van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een pilotomgeving;
d. het testen en demonstreren van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een pilotomgeving; en
e. het monitoren en valideren van een prototype van de innovatieve watertechnologie in een pilotomgeving.
Deze regeling is van belang voor:
- (MKB) bedrijven Nederlandse watertechsector;
- Kennisinstellingen;
- Eindgebruikers van watertech;
- Nederlandse technologieontwikkelaars.
Ben je geïnteresseerd in deelname in de toekomst of heb je een projectidee dat je wilt toetsen, en heb je nog geen contact met UPPWATER? Neem dan contact op met Joep van den Broeke van KWR (pilotprojecten) Joep.van.den.Broeke@kwrwater.nl
SUBSIDIEREGELING FULLSCALE DEMONSTRATIEPROJECTEN
De demonstratieregeling stimuleert het opschalen van watertech innovaties die binnen de focusgebieden van UPPWATER liggen. De vijf focusgebieden zijn: Waterbehandeling 4.0, Alternatieve bronnen, Circulariteit, Digitalisering en Decentraal.
De subsidie maakt het opzetten van een demonstratieproject mogelijk. Hierbinnen kunnen de innovaties in een praktijkomgeving getest worden. Demonstratieprojecten vergroten de exportkansen voor de Nederlandse watertech.
Voor subsidie komen in aanmerking de loonkosten, investeringskosten, materiaalkosten en advieskosten (zie voor volledigheid tekstdocument in oranje knop hieronder) die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een of meer van de volgende activiteiten:
a. het bouwen van een fullscale demonstratie van een watertechnologische
innovatie met als doel het worden van referentieproject;
b. het functioneel in bedrijf stellen en houden van de fullscale demonstratie van
een watertechnologische innovatie;
c. de doorontwikkeling en optimalisering van de toegepaste innovatieve
watertechnologie;
d. het monitoren van de effectiviteit van de toegepaste innovatieve
watertechnologie.
Deze regeling is van belang voor:
- Nederlandse techontwikkelaars;
- (MKB) bedrijven in de watertechsector;
- Kennisinstellingen;
- Technologie eindgebruikers (inclusief potentiële launching customers);
- Watertech integrators.
Ben je geïnteresseerd in deelname in de toekomst of heb je een projectidee dat je wilt toetsen, en heb je nog geen contact met UPPWATER? Neem dan contact op met Alexander Meijerink (fullscale demonstratieprojecten) A.Meijerink@vechtstromen.nlen.nl
FAQ's
Vragen en antwoorden inzake regelingen programma 2 en programma 3.
Antwoorden geverifieerd door het ministerie IenW
UPPWATER is formeel ingediend bij het Nationale Groeifonds onder de naam Groeiplan Watertechnologie. Na de start gaat het programma verder onder de naam UPPWATER. In de beantwoording van de vragen worden de twee namen door elkaar gebruikt. LET OP vraag 44 inzake afschrijvingskosten bij fullscale demonstraties op 6-1-2026 toegevoegd.
1. Onder welke naam zijn de regelingen op internet te vinden?
De regelingen zijn, ook in het kader van internetconsultatie, als twee aparte regelingen te vinden
onder de namen:
• Subsidieregeling pilot- en testprojecten watertechnologie
• Subsidieregeling demonstratieprojecten watertechnologie
2. Wat is de definitie van een goede businesscase?
Het aanvraagformulier geeft een minimaal aantal facetten van de businesscase aan, die belicht
moeten worden. Een goede businesscase is gebouwd op inzichtelijk en betrouwbaar
cijfermateriaal dat de betrouwbaarheid en het realiteitsgehalte van de businesscase vergroot.
Daarbij gaat het ook om het goed uitwerken van alle onderdelen van de businesscase.
3. Er wordt gevraagd om een businesscase als onderdeel van de subsidieaanvraag. De vraag is of deze alleen aan de voorkant getoetst wordt of dat hier achteraf ook verantwoording voor moet worden gegeven? En zo ja, heeft het niet behalen van de verwachte resultaten zoals benoemd in de businesscase, dan consequenties voor de subsidievaststelling?
De businesscase wordt aan de voorkant beoordeeld. Deze beoordeling weegt mee in de score
die de ranking van het project bepaalt voor de subsidietoekenning.
Na subsidietoekenning wordt de businesscase wel gemonitord. Het daadwerkelijke resultaat is
echter niet van invloed op de subsidievaststelling die plaatsvindt na afronding van het project.
Het monitoren van de businesscase en het rapporteren van deze informatie vindt plaats tot
minimaal 5 jaar na het afgeven van de subsidievaststellingsverklaring.
Meer FAQ
4. Hoe lang is de instandhoudingsplicht voor fullscale demonstratieprojecten?
De instandhoudingsplicht is minimaal 5 jaar na oplevering van het project.
5. Met welk tarief wordt gerekend voor het bepalen van de hoogte van de loonkosten van private partijen?
Voor het berekenen van de subsidiabele kosten voor de inzet van personeel kan gebruik worden
gemaakt van één van de drie onderstaande mogelijkheden?
• De Integrale Kostensystematiek (IKS) kan gehanteerd worden door partijen die een
goedkeuring IKS hebben van de RVO.
• Een berekening van de kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitaire opslag van
50% voor indirecte kosten.
• Een forfaitair vastgesteld uurtarief van €60,-
6. Geldt voor het bepalen van de kosten per kostendrager, ofwel het bepalen van de subsidiabele kosten voor personeel, het brutoloon inclusief werkgeverslasten en sociale premies? En, is dit het bedrag dat de basis vormt voor de forfaitaire opslag van 50%?
De kosten per kostendrager bestaan inderdaad uit het brutoloon inclusief werkgeverslasten en
sociale premies. Dit is ook de basis voor het berekenen van de forfaitaire opslag van 50%.
7. Wat betekent het ontbreken van een vast uurtarief voor het bepalen van de subsidiabele kosten van de inzet van een DGA zonder dienstverband? Met name bij kleinere bedrijven speelt de eigenaar-directeur vaak een belangrijke rol speelt in het project.
Een DGA kan gebruik maken het reeds toegevoegde vastgestelde forfaitair uurtarief van €60,- per uur.
8. In de regeling is belegd dat minimaal 30% van de projectfinanciering moet bestaan uit private middelen. Zijn er vereisten gesteld aan de samenstelling van de overige financiering?
Nee, de overige financiering kan zowel publiek als privaat van karakter zijn.
9. De subsidie bedraagt maximaal 30%. Is er een relatie met de andere vereiste dat minimaal 30% van kosten gefinancierd moeten worden vanuit private partijen?
Dit zijn twee voorwaarden die naast elkaar bestaan.
De subsidie bedraagt maximaal 30% per partij(met een uitzondering voor kennisinstellingen) en
is gekoppeld aan een absolute minimale en maximale subsidieomvang. Op die wijze wordt er
voor zorg gedragen dat de KPI’s (aantal te realiseren projecten) zoals vastgelegd in het
gehonoreerde Groeiplan Watertechnologie, ook binnen het beschikbare budget kan worden
gehaald.
De voorwaarde van minimaal 30% subsidie uit private middelen komt voort uit het
gedachtengoed dat het geloof van het consortium in het voorgestelde project ook tot uitdrukking
moet komen in de vorm van een eigen investering. Ook dit percentage is als KPI vastgelegd in het
gehonoreerde Groeiplan Watertechnologie.
10. Een vereiste aan het consortium is dat hierin ook een eindgebruiker participeert. Moet deze publiek van aard zijn?
Nee, dit kan zowel een publieke organisatie of een private partij zijn.
11. Wordt het maximale subsidiepercentage van 30% subsidie bepaald op projectniveau? Ofwel als een partij minder subsidie aanvraagt (op grond van maximale steunintensiteit of anders), mag een andere partij met meer ruimte, dan een hoger subsidiepercentage aanvragen?
Het maximale subsidiepercentage wordt vastgesteld per partij en bedraagt maximaal 30% per
partij. Uitzondering hierop wordt gemaakt voor kennisinstellingen. Hiervoor wordt een maximaal
subsidiepercentage van 50% gehanteerd.
12. Mag je met de (maximale) 30% subsidie die je ontvangt schuiven tussen de consortium partners?
Nee. De subsidie gaat rechtstreeks naar de partijen in het consortium. Die krijgen voor de
uitvoering van activiteiten zoals benoemd in de subsidieaanvraag en beschikking, een
subsidietoezegging. Dat bedrag is bestemd voor de uitvoering van de activiteiten door de
desbetreffende subsidieontvanger. Het bedrag kan dus niet geschoven worden tussen de
deelnemende partijen in het consortium.
13. Is er sprake van ‘first come, first serve’ of ‘ranking’?
Voor de subsidieregeling voor pilot- en testprojecten zijn 4 beoordelingscriteria benoemd. Voor de subsidieregeling fullscale demonstratieprojecten zijn 5 beoordelingscriteria benoemd. Per criterium zijn maximaal 25 punten te behalen.
14. Kan een goed omvangrijk project in één keer het subsidiebudget ontvangen?
Nee, er wordt in beide subsidieprogramma’s gewerkt met een maximum subsidiebedrag dat kan
worden toegekend om dit te voorkomen.
Voor pilotprojecten bedraagt de maximale subsidietoekenning €1,5 miljoen per project en voor
fullscale demonstratieprojecten bedraagt de maximale subsidietoekenning € 2 miljoen per
project.
15. Wanneer worden de regelingen opengesteld?
De te doorlopen stappen, voordat tot openstelling over kan worden gegaan, hebben een langere
looptijd dan voorzien. De regelingen zullen naar verwachting in de loop van september 2025 opengaan
voor het indienen van projectvoorstellen (status 2 sept 2025).
16. Mogen de pilots/projecten overal in Nederland worden uitgevoerd?
Beide regelingen kennen geen geografische begrenzing. Voor de fullscale demonstratieprojecten
is wel als beoordelingscriterium meegenomen, de mate waarin het fullscale
demonstratieproject lokaal bijdraagt aan een urgente waterproblematiek.
Achtergrond bij dit criterium is dat de investering in dit type projecten ook maximaal bijdraagt
aan urgente knelpunten in het watersysteem in Nederland.
17. Telt het Caribisch gebied ook als Nederland binnen de context van deze regelingen?
Binnen de context van deze regeling wordt Caraïbisch Nederland, de BES-eilanden (Bonaire, Sint
Eustatius en Saba) ook gerekend tot Nederland. De CAS-eilanden (Curaçao, Aruba en Sint
Maarten) behoren hier niet toe.
18. Partijen die willen deelnemen in een consortium moeten een substantiële vestiging in Nederland hebben. Wat is de definitie van substantiële vestiging?
De deelnemende partijen in het consortium moeten een substantiële vestiging in Nederland
hebben. Zo wordt namelijk gewaarborgd dat de deelnemende partijen in het consortium
duurzaam deelnemen aan het economisch leven in Nederland.
Voor dit begrip ‘substantiële vestiging’ is bewust geen aansluiting gezocht bij de bestaande
definities uit de Handelsregisterwet, omdat deze definities voor de doeleinden van deze regeling
te summier zijn. Dit is juist ook van
belang wanneer buitenlandse partijen onderdeel uitmaken van een consortium. In deze situatie
moet onderbouwd worden dat de inbreng van deze partij bijdraagt aan een toename van het
Nederlandse verdienvermogen. Dit laatste is het primaire doel van de Nationale
Groeifondsmiddelen.
19. Mag je nationale en/of Europese subsidies stapelen in deze regeling?
20. In lijn met de vorige vraag: als de steunintensiteit per partij hoger is dan het maximum van 30% die de regeling hanteert, mag een consortiumpartij dit dan wel aanvullen met andere publieke middelen (publieke financiers). Deze vraag is met name heel relevant voor de deelname van kennisinstellingen.
Ja. Hierbij moeten de cumulatiebepalingen van artikel 8 AGVV in acht worden genomen.
21. Hoe wordt omgegaan met geheimhouding?
22. Wat is de sluitingsdatum van de openstelling?
De regeling wordt drie maanden opengesteld.
23. Klopt het dat er maar 2 openstellingen zijn?
Ja dat klopt. De regeling zal voor de eerste openstelling naar verwachting in september 2025
opengaan voor inschrijving. De planning van de tweede openstelling is februari 2029. (status 15 juli 2025).
24. Mag je kosten maken voor je de subsidie verleend hebt?
Kosten zijn subsidiabel vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van het subsidieverzoek. Dit
is wel voor eigen rekening en risico omdat de beoordelingsprocedure na dit moment nog moet
plaatsvinden.
Kosten gemaakt en betaald voor deze datum zijn niet subsidiabel.
25. Kan een integrator en een launching customer dezelfde partij zijn?
Uit artikel 11 lid 2 volgt dat het consortium moet bestaan uit een technologieontwikkelaar, of een
watertechnologie integrator en een launching customer. In de toelichting op de regeling is dit als
volgt geformuleerd: “In een consortium zit altijd een launching customer, tezamen met een
technologie ontwikkelaar of een watertechnologie integrator. Het is namelijk niet altijd nodig dat
in een projectconsortium een technologie ontwikkelaar deelneemt, omdat de innovatie ook bij
de watertechnologie integrator ontwikkeld kan worden. Omgekeerd is het ook niet altijd
noodzakelijk dat er een watertechnologie integrator deelneemt aan een consortium, omdat zich
soms situaties zullen voordoen waarin een nieuwe techniek samen met de launching customer
direct toegepast kan worden in de bestaande bedrijfsvoering.”
In het geval een integrator en een launching customer dezelfde partij is, betekent dit dat er
minimaal één andere technologieontwikkelaar of integrator onderdeel moet zijn van het
consortium en volstaat het niet om het consortium te bouwen met alleen ‘leveranciers’. Deze
toets vindt plaats bij de beoordeling van de businesscase, die onderdeel is van de aanvraag.
Hieruit zal moeten blijken bij welke partijen (onderdelen van) het intellectueel eigendom landt.
En, in lijn daarmee, bij welke bedrijven uit een consortium sprake is van (potentiële) groei in afzet
en export van het watertechnologische concept of product dat centraal staat in de
subsidieaanvraag.
26. Is de beoordelaar wel in staat om een businesscase op zijn waarde te beoordelen?
Er wordt gewerkt met een onafhankelijke commissie waarbij de inzet is ook de bedrijfsmatige
expertise voldoende aan boord te hebben, zodat een geleverde businesscase op waarde kan
worden ingeschat
27. Wat is de besluitvormingsperiode?
Binnen 13 weken na sluiten van de openingsstelling zullen de geselecteerde projecten beschikt
worden.
28. Worden er verschillende thema’s centraal gesteld binnen de openingsstelling?
29. Hoe verhouden deze regelingen zich tot de regeling TKI Watertechnologie?
De regelingen blijven naast elkaar bestaan. Voor wat betreft de pilots ligt de focus van de
regeling binnen het Groeiplan Watertechnologie, op projecten die wat verder zijn in de fase van
ontwikkeling.
30. Voorbereiding van een goede aanvraag kost veel tijd. Is het om die reden mogelijk om het openstellen te vertragen?
Het Groeiplan Watertechnologie is formeel gestart in januari 2024 en heeft een looptijd van 10
jaar. Binnen deze 10 jaar moet voldoende tijd zijn voor de uitvoering van projecten uit de twee
ronden waarin de regeling wordt opengesteld.
Om die reden is het streven de regeling zo snel mogelijk open te stellen. De verwachting is dat dit
in septembervan 2025 zal plaatsvinden (info 5 juli 2025). Het staat consortia vrij om op basis
van de conceptregelingen zoals gepubliceerd vast voorbereidingen te treffen.
31. Wat is de formele startdatum van het project met het oog op de maximale projectduur van 48 maanden?
Binnen drie maanden na ontvangst van de beschikking dient het project gestart te zijn (artikel 12 lid 8). Daarnaast stelt de regeling dat de maximale projectduur 48 maanden is na dagtekening van de beschikking. In artikel 12 lid 10 is opgenomen dat deze termijnen onderbouwd en op verzoek van de aanvrager eenmalig verlengd kunnen worden met 21 weken.
32. Gezien de korte voorbereidingstijd: is het een idee om de eerste openstelling te starten met een kleiner budget dan nu voorzien in de regeling?
Indien blijkt dat het beschikbare budget voor de eerste openstelling niet volledig wordt benut,
dan zal dit gedeelte worden doorgeschoven naar de tweede openstelling.
33. Wat is de relevantie van de 10 fullscale demonstratie projecten uitgevoerd door het collectief van waterschappen voor de subsidieregelingen ‘Pilots en Testen’ en ‘Fullscale Demonstraties’?
Het collectief van waterschappen is mede-initiatiefnemer van het UPPWATER-programma. Binnen UPPWATER creëren zij de mogelijkheid om vernieuwende watertech fullscale toe te passen binnen hun organisaties en zo eerste referenties voor watertech bedrijven mogelijk te maken. De bijdrage die zij via UPPWATER uit het Nationaal Groeifonds hiervoor ontvangen, hebben zij in een eerder stadium toegewezen gekregen. De projecten zijn aldus geen onderdeel van de subsidieregelingen en worden ook niet uit de hiervoor gereserveerde budgetten gefinancierd. Voor de uitvoering van de projecten is het collectief van waterschapen gehouden aan de wet op de aanbesteding.
In totaal staat het collectief van waterschappen aan de lat voor de realisatie van 20 fullscale demonstratieprojecten in de periode 2024-2034. De eerste 10 projecten zijn bekend en moeten uiterlijk 2028 opgeleverd worden. In 2028 zullen, met de in acht name van de state of the art van de watertech, 10 nieuwe projecten gedefinieerd worden.
De relevantie van deze projecten voor potentiële indieners in de subsidieregelingen ‘pilots en testen’ en ‘fullscale demonstraties’ is tweeledig. In de eerste plaats financiert UPPWATER binnen de regeling fullscale demonstratieprojecten, eerste toepassingen in Nederland. Het is om die reden zaak om overlap te voorkomen met de watertech oplossingen die centraal staan in deze 10 projecten.
Op de tweede plaats bieden de projecten, via aanbestedingsroutes, kansen voor bedrijven in de watertech. Er zijn nog zes projecten in voorbereiding van een aanbestedingstraject (info 14 juli 2025). Op de website van UPPWATER staat een korte beschrijving van deze projecten. Tevens treft u daar de contactgegevens van de coördinator van het programma fullscale demonstratie projecten en de projectleiders van deze projecten.
34. Wat is de precieze afbakening van de focusgebieden?
35. Kunnen buitenlandse partijen onderdeel zijn van een subsidieverzoek?
36. Mogen pilots plaatsvinden in het buitenland?
37. Mogen fullscale demonstraties plaatsvinden in het buitenland?
Fullscale demonstratie projecten kunnen alleen in Nederland plaatsvinden. Fullscale demonstratieprojecten hebben de potentie van referentieproject. Referentieprojecten zijn in de regeling als volgt gedefinieerd: “Succesvol gebleken fullscale demonstratieprojecten (…) die aantoonbaar op het punt staan van een internationale marktdoorbraak en om die reden gebaat zijn bij een referentieproject in Nederland, en die als voorbeeldprojecten dienen met behulp waarvan potentiële afnemers geïnformeerd kunnen worden”.
38. Biedt beoordelingscriterium 5 van de fullscale demonstratieprojecten ruimte voor het meewegen van andere maatschappelijke waarden dan beschikbaarheid van water en de waterkwaliteit?
39. Kwalificeert een HBO zich als onderzoeksinstelling?
40. Is er binnen de regeling een apart budget gelabeld/gereserveerd voor onderzoeksorganisaties?
41. Wat is de toets voor het bepalen van de zelfstandigheid van deelnemende organisaties?
De vereiste rond zelfstandigheid van deelnemende organisaties is gekoppeld aan het bepalen van de toegestane omvang van de subsidie vanuit staatssteun optiek.
Om de zelfstandigheid te bepalen kunnen organisaties zelf een oordeel vellen aan de hand van artikel 3 van Bijlage 1 van Verordening 651/2014. Bij de aanvraag verklaren de aanvragers (middels het zetten van een ‘vinkje’) dat alle partijen in het consortium zelfstandige ondernemingen zijn.
Link naar AGVV (artikel 3, bijlage 1, is te vinden op pagina 174)
42. Hoe wordt getoetst of een onderneming in financiële moeilijkheden verkeert?
43. Is afstemming tijdens het traject van projectontwikkeling mogelijk?
44. Welk deel van de afschrijvingskosten bij fullscale demonstraties komt in aanmerking voor subsidie?
Toegevoegd 6-1-2026 In art. 3 van de subsidieregeling is opgenomen dat conform AGVV art. 25 lid 3 de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project in aanmerking komende kosten zijn. De looptijd van het project is tot het moment van vaststellen van de subsidie (max 4 jaar). De instandhoudingsverplichting uit art. 16 van de subsidieregeling valt dus buiten de looptijd van het project en de afschrijvingskosten tijdens de instandhoudingsperiode zijn hiermee dus niet subsidiabel.
ConsortiumPARTNERs












Het waterschapscollectief
Waterschapschapscollectief voor full-scale demo’s
Het belang om op grote schaal afvalwater vergaand te kunnen zuiveren, is groot bij de waterschappen. De waterschappen Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe, Vechtstromen en Zuiderzeeland Vallei zijn mede-initiatiefnemers van UPPWATER. Hun bijdrage aan UPPWATER is gericht op het uitvoeren van fullscale demonstratieprojecten op het gebied van waterzuivering. Bedrijven kunnen zo technologie testen in de praktijkomgeving. Dit is voor de bedrijven een onmisbare stap richting de markt. En het levert de waterschappen veel kennis en ervaring op, wat zeer relevant is voor de opgaven die de waterschappen hebben op het gebied van waterkwaliteit. NB dit waterschapscollectief staat los van de openstaande subsidieregelingen.
Wat gaan de waterschappen doen?
De komende tien jaar gaan de vijf waterschappen, mede-initiatiefnemers van UPPWATER, (waterschappen Vechtstromen, Zuiderzeeland, Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel en Vallei en Veluwe) 20 fullscale demonstratieprojecten uitvoeren. In totaal is daar een bedrag van ruim 46 miljoen euro subsidie mee gemoeid. In de eerste fase van 2024 tot 2028 worden tien projecten uitgevoerd, zie onderstaande lijst.
De andere 10 projecten volgen in de fase 2029-2033
Rijn en IJssel
- Stikstofwinning uit huishoudelijk afvalwater – NoChemNar
- Fosfor terugwinning uit rioolwater
- Stikstofverwijdering op RWZI – SIX technologie
- Kaumera valorisatie unit
Zuiderzeeland
- Ultra laag fosfaat zuiveren en terugwinnen – Biophree
- Medicijn- en PFAS verwijdering – DEX technologie
Vallei en Veluwe
- Biologisch actief koolfilter t.b.v. medicijnverwijdering
- Mini Nereda decentrale zuivering
Vechtstromen
- Membraantechnologie verwijdering microverontreiniging
- Smart sensoring en realtime simulatie en beslisondersteuning